🗞️ Het belangrijkste nieuws
AI stelt in Harvard-onderzoek betere diagnoses dan spoedartsen
Een AI die dezelfde patiëntdossiers leest als een spoedarts, stelt in twee op de drie gevallen de juiste diagnose. Menselijke artsen komen niet verder dan de helft. Dat is de opvallende uitkomst van een grootschalig onderzoek van Harvard, deze week gepubliceerd in Science.

Wat is er aan de hand?
Onderzoekers van Harvard Medical School en het Beth Israel-ziekenhuis in Boston hebben een baanbrekend onderzoek gepubliceerd in Science, een van de meest prestigieuze wetenschappelijke tijdschriften ter wereld. Ze lieten een AI-model van OpenAI (een zogeheten 'redenerend model' dat stapsgewijs nadenkt over een probleem) dezelfde patiëntdossiers beoordelen als twee ervaren artsen op de spoedeisende hulp. Twee onafhankelijke artsen beoordeelden daarna alle diagnoses blind, zonder te weten welke van een mens kwamen en welke van de AI.
De resultaten waren opvallend. De AI stelde in 67 procent van de gevallen de juiste of vrijwel juiste diagnose, tegenover 55 en 50 procent voor de twee menselijke artsen. Het verschil was het grootst bij de eerste triage, het moment waarop een patiënt binnenkomt en er nog weinig informatie beschikbaar is: precies het moment waarop snelle, accurate beslissingen levens kunnen redden.

Niet alleen diagnoses, ook behandelplannen
Misschien nog verrassender: de AI presteerde ook beter bij het opstellen van behandelplannen op langere termijn, variërend van antibioticakeuzes tot gesprekken over levenseindezorg. In die test scoorde het model 89 procent, tegenover 34 procent voor 46 artsen die wel toegang hadden tot hulpmiddelen als Google. Peter Brodeur, een van de onderzoekers, verklaart het verschil: behandelbeslissingen vragen niet alleen feitenkennis, maar ook het afwegen van context en subjectieve factoren, precies waar een redenerend AI-model sterk in blijkt te zijn.
Kanttekeningen
Hoofdonderzoeker Arjun Manrai benadrukt dat de resultaten niet betekenen dat AI artsen vervangt. “We zien een diepgaande technologische verandering die de geneeskunde gaat hervormen,” zei hij tegen Harvard Magazine. “Maar we moeten deze technologie nu grondig testen in gecontroleerde klinische studies.”
Een belangrijke beperking: het onderzoek was volledig gebaseerd op tekst, vitale functies, demografische gegevens en aantekeningen van verpleegkundigen. In de praktijk beoordelen artsen veel meer: ze luisteren naar de patiënt, bekijken röntgenfoto's, interpreteren hartfilmpjes en beoordelen lichaamstaal. Op al die vlakken is de AI nog niet getest.
Spoedarts Kristen Panthagani plaatste een scherpe kanttekening: de AI werd vergeleken met internisten, niet met spoedartsen. “Als spoedarts is het niet mijn primaire doel om de uiteindelijke diagnose te stellen. Ik moet vaststellen of er sprake is van een levensbedreigende aandoening.” Die nuance, het verschil tussen een correcte diagnose en effectief handelen in een crisissituatie, ontbreekt in het onderzoek.
Waarom is dit belangrijk?
Dit is het eerste grootschalige onderzoek in een gerenommeerd wetenschappelijk tijdschrift dat laat zien dat AI bij het stellen van diagnoses op basis van patiëntdossiers beter presteert dan menselijke artsen. Niet in een labsetting, maar met echte patiënten in een echt ziekenhuis.
Ethan Mollick, hoogleraar aan Wharton en auteur van ons boek Co-intelligentie, noemde het onderzoek “buitengewoon”. De implicatie is helder: AI die artsen helpt bij het stellen van diagnoses, niet vervangt maar aanvult, kan straks levens redden. Vooral in overbelaste ziekenhuizen waar artsen te weinig tijd hebben om elk dossier grondig te beoordelen, zou een AI-copiloot een wereld van verschil kunnen maken.

Big Tech pompt 725 miljard dollar in AI, meer dan het hele BBP van Nederland
Google, Amazon, Microsoft en Meta geven dit jaar samen 725 miljard dollar uit aan AI-infrastructuur. Dat is 77 procent meer dan vorig jaar en meer dan de totale jaarlijkse economie van Nederland. De kwartaalcijfers van afgelopen woensdag laten zien dat de grote techbedrijven hun inzet op AI alleen maar verder opvoeren, ook al beginnen beleggers zich af te vragen wanneer dat geld zich terugverdient.
De cijfers
Alleen al in het eerste kwartaal van 2026 gaven de vier bedrijven samen 130,65 miljard dollar uit aan investeringen, voornamelijk datacenters. Dat is meer dan drie keer de kosten van het Manhattan Project (waarmee de VS de eerste kernbom ontwikkelde) en 71 procent meer dan in hetzelfde kwartaal vorig jaar.
Microsoft verhoogde zijn jaarbudget naar 190 miljard dollar, ruim boven de 152 miljard die analisten hadden verwacht. Meta schroefde het op naar 125 tot 145 miljard, bijna het dubbele van vorig jaar. Google verhoogde naar 180 tot 190 miljard en waarschuwde dat het volgend jaar aanzienlijk meer wordt. Amazon houdt vast aan zo'n 200 miljard. “Elk signaal dat we zien geeft ons vertrouwen in deze investering,” zei Meta-topman Mark Zuckerberg tegen beleggers.
Waar gaan die investeringen naartoe?
Vrijwel alles gaat naar datacenters en de geavanceerde chips van NVIDIA die daarin draaien. Maar de kosten stijgen overal. De prijzen van geheugenchips zijn in het eerste kwartaal met 95 procent gestegen. Alleen al bij Microsoft is 25 miljard dollar van de verhoging het gevolg van duurdere componenten. Techanalyst Brent Thill van zakenbank Jefferies vat het samen in The Wall Street Journal: “De techbedrijven die de goudmijn in willen, moeten wachten of meer betalen om binnen te komen.”
En het gaat niet alleen om chips. Er zijn tekorten aan glasvezelkabel, elektriciteit, koelwater en onbebouwd land voor datacenters. De techbedrijven concurreren nu niet alleen om de beste AI-modellen, maar om alles wat nodig is om die te laten draaien.
Verdient het zich terug?
Aan de ene kant: ja. Google Cloud haalde afgelopen kwartaal 20 miljard dollar aan omzet, een groei van 63 procent. De contractachterstand, het werk dat klanten al hebben besteld maar nog niet is geleverd, vervijfvoudigde naar 460 miljard dollar. Amazon Web Services groeide 28 procent naar 37,6 miljard. Meta's advertentie-inkomsten stegen 33 procent, deels dankzij AI die advertenties gerichter bij de juiste mensen brengt.
Aan de andere kant: de beurs reageerde wisselend. Meta-aandelen daalden 7 procent ondanks een recordwinst, puur vanwege de verhoogde uitgaven. Ook Microsoft ging omlaag. Alleen Google steeg, met 7 procent, mede dankzij zijn eigen chipproductie die het minder afhankelijk maakt van NVIDIA.
Een extra risico dat de New York Times aanhaalt: een groot deel van de cloudcontracten van Microsoft en Amazon hangt af van twee relatief jonge klanten, OpenAI en Anthropic. Meer dan 40 procent van Microsofts 625 miljard dollar aan uitstaande cloudcontracten komt van OpenAI. Dat is een forse gok op één paard.
Waarom is dit belangrijk?
Die 725 miljard dollar is de reden dat je ChatGPT, Claude en Gemini überhaupt kunt gebruiken. Zonder die gigantische serverparken bestaat er geen AI die je spreadsheets analyseert of je e-mails schrijft. De investeringen van vandaag bepalen welke AI-tools je over een jaar tot je beschikking hebt.
Maar iemand moet dat geld terugverdienen. De druk om rendement te halen op deze investeringen verklaart waarom elk techbedrijf nu zo hard pusht om AI in elk product te stoppen, van je zoekresultaten tot je fotoalbum. Morgan Stanley schat dat techbedrijven tussen 2025 en 2028 in totaal 2,9 biljoen dollar zullen uitgeven aan AI-infrastructuur. Of dat achteraf briljant of roekeloos blijkt, weten we pas over een paar jaar. Maar de grote techbedrijven hebben besloten dat er geen weg terug is.

⚡ AI Pulse
Een Chinese rechtbank heeft geoordeeld dat bedrijven werknemers niet mogen ontslaan om ze te vervangen door AI. Een techbedrijf in Hangzhou had een kwaliteitscontroleur gedegradeerd met 40 procent salarisverlaging nadat zijn werk werd geautomatiseerd. Toen hij dat weigerde, werd hij ontslagen. De rechter oordeelde dat technologische vooruitgang geen wettelijke grond is voor ontslag of salariskorting. Het is de tweede keer dat een Chinese rechtbank zo oordeelt, na een vergelijkbare uitspraak in december over een kaartenmaker wiens werk door AI was overgenomen. China probeert hiermee twee ambities te balanceren: wereldleider worden in AI én de arbeidsmarkt stabiel houden in een vertragende economie.
Anthropic lijkt een nieuw Claude-model genaamd 'Jupiter' klaar te stomen voor lancering. Het model, intern aangeduid als claude-jupiter-v1-p, is gesignaleerd in veiligheidstests, wat doorgaans betekent dat een release aanstaande is. De timing is opvallend: Anthropic (de maker van Claude) houdt op 6 mei zijn ontwikkelaarsconferentie Code with Claude. Of Jupiter een nieuw vlaggenschipmodel wordt of een gespecialiseerde variant voor programmeerwerk, is nog onbekend. Anthropic heeft de naam nog niet officieel bevestigd.

Bron afbeelding: Testingcatalog
Onderzoekers hebben een AI-model getraind dat denkt dat het 1930 is, en je kunt ermee chatten. Talkie is een taalmodel dat uitsluitend is getraind op Engelstalige teksten van vóór 1931: kranten, boeken en documenten uit een wereld zonder internet, televisie of kernwapens. Het resultaat is een gesprekspartner die oprecht niet weet wat er na 1930 is gebeurd. De onderzoekers, onder wie Alec Radford (een van de oorspronkelijke architecten van GPT), gebruiken het model om te onderzoeken hoe goed AI kan generaliseren buiten zijn trainingsdata, bijvoorbeeld of het zelfstandig concepten kan 'uitvinden' die pas later in de geschiedenis opkwamen. Je kunt het zelf uitproberen op talkie-lm.com/chat.


🎥 Masterclass: Microsoft Copilot
De volgende masterclass staat om de hoek: deze donderdag 7 mei om 12:00 uur.
Een van de meest gestelde vragen in de chat tijdens de masterclasses gaat over Microsoft Copilot, voor veel mensen met een kantoorbaan de enige AI waar ze mee mogen werken. Wietse gaat zich erin onderdompelen en wil graag van jullie weten waar je tegenaan loopt, wat je al hebt geprobeerd en wat je wil leren.
Laat het weten via link.aireport.nl/copilot, dan duikt Wietse erin!

Gesponsord
Hoe AI-fit ben je? Doe onze vijfminutenquiz en ontdek het
Benieuwd hoe AI-fit jouw organisatie is? Doe onze vijfminutenquiz en zie hoe je scoort ten opzichte van sectorgenoten en de koplopers in het gebruik van AI.


🛠️ AI Toolkit+
Bouw je eigen app vanaf de bank door tegen je telefoon te praten
Dit is Duck-Tama: een tamagotchi met een virtueel eendenkuiken dat je kunt voeren, wassen en te slapen kunt leggen. Compleet met geluidseffecten: elke actie heeft een eigen jingle, en als je op het eendje tikt, kwaakt het. Onze Xiang maakte het gisteravond op de bank door tegen haar telefoon te praten. Geen laptop, geen regel handgeschreven code. Alleen haar stem en een app die luistert.

Een van de populairste vibecoding-tools ter wereld heeft nu een mobiele app waarmee dit kan. Vandaag laten we zien wat je ermee kunt.
Wat leer je vandaag?
Hoe je met je stem een werkende app bouwt zonder één regel code te typen.
Het verschil tussen populaire vibecoding apps: welke kies je?
Twee praktijktests: to-dolijst en virtueel huisdier.
Concrete voorbeelden van apps die je dit weekend kunt bouwen.
Wat het kost en waar je op moet letten.
Pro-tips om je eerste app meteen goed te laten lukken.
Abonneer je om verder te lezen
Welke AI-tool gebruik je waarvoor? We testen ze zodat jij dat niet hoeft te doen. Eerlijke vergelijkingen, geen sponsored content.
Abonneer nuDit zit achter de betaalmuur:
- Onafhankelijke tool-reviews en vergelijkingen
- Concrete aanbevelingen: welke tool past bij welk werk
- Bespaart je uren uitzoekwerk
- Regelmatig bijgewerkt met nieuwe tools
