Voor ons onderzoek naar AI-gebruik in ingezonden opiniestukken vroegen we de hoofdredacties van de Volkskrant, Trouw, Het Parool, het FD en NRC om een reactie.
de Volkskrant
Pieter Klok, hoofdredacteur.
‘We zijn hiervan geschrokken. We wisten dat het onmogelijk is om een waterdicht systeem te bouwen tegen AI, maar dat het blijkbaar op zo’n grote schaal wordt ingezet heeft ons verrast, te meer omdat we elke auteur hebben gemaild dat de inzet van AI bij het schrijven van een ingezonden artikel niet is toegestaan, hooguit als spellingchecker.’
‘Als wij vermoeden dat AI is gebruikt, zetten we AI-detectie software in. De software die we tot nu gebruiken, is verre van feilloos, zowel bij negatieve – zoals nu eens te meer blijkt – als bij positieve uitslagen. We kunnen dus nooit met 100 procent zekerheid zeggen dat AI is gebruikt.
‘We werken hier op basis van vertrouwen. Als auteurs ontkennen dat AI is gebruikt, geloven we hen. We willen een open discussiepodium zijn, zo min mogelijk mensen uitsluiten, zoveel mogelijk nieuwe auteurs verwelkomen ook. Dat maakt ons kwetsbaar.’
‘We vinden de inzet van AI bij het schrijven nog steeds ongewenst, omdat het de mensen berooft van hun eigen unieke stem. Dus we beraden ons hoe we dit in de toekomst kunnen voorkomen.’
Trouw
Karel Smouter, Hoofdredacteur
Sinds april dit jaar laten we auteurs standaard weten dat zij AI alleen voor tekstcorrecties en/of vertalingen dienen te gebruiken. Wie een artikel naar onze opinieredactie stuurt, geeft daarmee te kennen zélf de auteur te zijn van het artikel.
Bij de handhaving van dit beleid kiezen we er in principe voor inzenders te vertrouwen. Controle gebeurt steekproefsgewijs en/of op basis van het menselijk oog. Bij een vermoeden van overmatig AI-gebruik kan het zijn dat we een artikel terugsturen. Dat gebeurt geregeld.
Laura van Baars, Chef Opinie
We zijn als opinieredactie beducht op ai, communiceren met onze auteurs dat ze hier geen gebruik van mogen maken anders dan voor vertalingen, hebben lijst met 'signaalwoorden' en zinsconstructies die wel erg vaak voorkomen, stellen geregeld vragen of er echt geen gebruik van ai gemaakt is, en wijzen vaak stukken af waarin wij het gebruik van ai vermoeden. Ook vragen wij LLM's wel eens of zij denken dat er in een stuk gebruik gemaakt is van ai.
We gaan je onderzoek gebruiken om de auteurs hier nader op aan te spreken. We lezen hierin een aansporing om ondanks al onze inspanningen nog beter te handhaven. Die waarderen we ten zeerste.
Het Parool
Jildou van der Bijl, hoofdredacteur
Zelf vinden we het geen probleem wanneer een opinie auteur generatieve kunstmatige intelligentie (AI) gebruikt om een idee aan te scherpen om op die manier een sterker betoog neer te zetten, of als finale check op een tekst. We streven er naar om geen teksten (of tekstdelen) te plaatsen die zelf door AI zijn opgesteld of geschreven. Kort gezegd: tekstcreatie is niet oké, tekstcontrole wél.
Bij twijfel over het gebruik van AI, neemt een van onze coördinatoren opinie contact op met de auteur om na te vragen in hoeverre dat het geval is geweest. Van tools om AI in teksten te detecteren hebben we vooralsnog niet gebruikgemaakt, ook met het bovenstaande onderscheid in het achterhoofd, maar we staan natuurlijk altijd open voor suggesties.
Het Financieele Dagblad
Perry Feenstra, hoofdredacteur.
Ik kijk met veel plezier naar alle innovaties, alle nieuwe mogelijkheden die de stormachtige ontwikkelingen rond AI de mensheid bieden. We staan nog maar aan het begin en toch zijn ook nu al de implicaties groot. We overzien nog maar zeer ten dele wat er gaande is en waar het ons toe brengt.
Het is logisch dat ook opinie-schrijvers de nieuwe mogelijkheden benutten. Ik kijk dan ook niet op van de resultaten van het onderzoek.
Het geeft een ongemakkelijk gevoel dat opinie-inzendingen veel AI-tekst bevatten. We zijn opgevoed met het idee dat je zelf schrijft, in eigen persoon, met je eigen woorden.
Meer rationeel vind ik het toch niet zo’n probleem. De teksten komen op de redactie van het FD nog onder meerdere paren zeer deskundige ogen en de tekst wordt goed afgewogen. Wanneer zo’n tekst dan toch de eindstreep haalt, zijn we ervan overtuigd dat de inzending het waard is om door onze lezers gelezen te worden.
Bovendien: mensen met een waardevolle bijdrage aan het maatschappelijk debat, die de vaardigheid tot schrijven ontberen, staan wellicht niet langer per definitie aan de zijlijn
NRC
Lucas Brouwers, adjunct-hoofdredacteur
We vinden het fijn dat er in deze steekproef geen artikelen zijn gevonden die volgens deze software volledig door AI zijn gegenereerd. Tegelijkertijd maken we ons geen illusies. AI is overal en wordt door iedereen gebruikt. De steekproef laat óók zien dat sommige gepubliceerde artikelen wel degelijk zinnen of passages bevatten die door AI gegenereerd lijken, tegen de huidige afspraken met onze auteurs in.
Bij NRC trekken we een grens bij het gebruik van AI bij tekstgeneratie omdat aan schrijven denken voorafgaat en omdat we verwachten dat een tekst iemands eigen stem weerspiegelt. We zijn ons daarbij bewust van het grote grijze gebied dat bestaat rondom AI-gebruik bij schrijven. Een volledig artikel of een alinea laten genereren is niet hetzelfde als een AI om feedback vragen op schrijfstijl, maar waar houdt toelaatbaar AI-gebruik op en wordt denken uitbesteed?
We zijn ons er ook van bewust dat AI kansen biedt aan mensen die wel hun stem willen laten horen, maar niet beroepsmatig schrijven of de Nederlandse taal niet beheersen op het niveau dat vaak wordt geëist in publicaties. Dan moeten we natuurlijk wel weten hoe AI precies is gebruikt en of de ideeën oorspronkelijk van de auteur komen.
We blijven bij NRC daarom actief in gesprek met onze lezers en auteurs over de toepassingen en de grenzen van AI-gebruik. En we blijven nieuwsgierig nieuwe mogelijkheden, ook in het kat-en-muisspel tussen AI-gebruik en AI-detectie. Ook volgen we met veel interesse de moderatietechnieken die andere uitgevers en techplatforms implementeren, zoals de rapporteerknop voor AI-slop bij LinkedIn en de Pangram-detectie die Substacklezers zelf kunnen uitvoeren op nieuwsbrieven.
Publicatie van een artikel is altijd gebaseerd op vertrouwen. Ook voor het AI-tijdperk gingen we er bijvoorbeeld van uit dat auteurs artikelen niet door een ander lieten schrijven en niet plagieerden.
Dat wil niet zeggen dat we naïef zijn over AI-gebruik. Met nieuwe auteurs voeren we een gesprek waarin we duidelijk maken dat we verwachten dat auteurs hun teksten zelf schrijven. Alle auteurs krijgen onze publicatierichtlijnen te lezen en gaan daarmee akkoord voordat we een stuk publiceren. We stellen ook vragen aan auteurs als we vermoeden dat AI gebruikt is bij het schrijven.
Op dit moment zetten we niet standaard AI-detectieprogramma’s in. Of software als Pangram kan helpen bij de detectie van door AI gegenereerde teksten, of delen daarvan, gaan we nader onderzoeken. Tegelijk roept dit soort software ook grote vragen op, omdat het voor ons onmogelijk is te controleren en te beoordelen op basis waarvan het oordeel wordt gemaakt. Daarbij is deze software vooralsnog niet foutloos. Daarom is voorzichtigheid geboden, blijft de menselijke eindredactie en tekstbeoordeling cruciaal en kan een AI-softwaretool nooit het finale oordeel geven.
Voordat we deze resultaten binnenkregen had onze opinieredactie zelf ook een steekproef genomen met Pangram, met vergelijkbare resultaten. Als teksten 100 procent gegeneerd zouden blijken, zou dat sowieso reden zijn voor een stevig gesprek met een auteur. Maar dat gesprek willen we ook aangaan met auteurs die een significant deel van hun betoog door AI laten genereren. We willen ze vragen: weet je zeker dat je geen AI hebt gebruikt? Mogen we eventuele prompts zien? Heeft de AI je op nieuwe ideeën gebracht of is dit een weergave van bestaande denkbeelden? Heb je de output zelf nog bewerkt of regelrecht doorgeplaatst? We verwachten dat antwoorden op deze vragen ons helpen bepalen of onze richtlijnen helder, relevant en realistisch zijn.