Voortaan delen we op zaterdag artikelen van een van onze favoriete AI-auteurs: Alberto Romero van The Algorithmic Bridge. Zijn analyses laten altijd zien hoe je AI beter kunt inzetten, zonder te vergeten wat menselijk werk uniek maakt.
Alberto komt uit Spanje en schrijft in het Engels. Speciaal voor jullie vertalen we zijn greatest hits naar het Nederlands.
Wil je Alberto doordeweeks in het Engels lezen? Abonnees van AI Report krijgen 20% korting op een abonnement. Gebruik hiervoor de kortingscode.
En dan nu, over to Alberto:

Er doet een nieuwe hippe term de ronde die de tijdsgeest perfect weergeeft: AI;DR, wat staat voor ‘AI; didn’t read’, een afgeleide van het eerbiedwaardige internetacroniem TL;DR (‘too long; didn’t read’). De puntkomma, die in het origineel oorzaak en gevolg van elkaar scheidde – hoe meer je schrijft, hoe minder ik lees – scheidt nu de output van de machine van jouw weigering om die met je aandacht te vereren: een heel toepasselijke verandering, aangezien we daar geen aandacht meer voor over hebben.
Ik vind het acroniem poëtisch op de manier waarop alleen minimalistische poëzie poëtisch kan zijn, omdat het erin slaagt om in vijf tekens niet één maar twee beschavingsverschuivingen samen te vatten: de ene is dat we zijn overgestapt van een wereld waarin de lengte van de tekst een belemmering vormde om te lezen, naar een wereld waarin het wantrouwen dat er te weinig menselijke betrokkenheid is, de belemmering vormt: met andere woorden, we zijn gegaan van “dat voltooi ik niet” naar “daar is niemand aan begonnen”. Eerstgenoemde uitspraak gaat ervan uit dat men verantwoordelijk is voor zijn beperkingen, terwijl laatstgenoemde aanspoort tot het verleggen van verantwoordelijkheid.
Ik vind dat maar niks, want je merkt het niet altijd. Het is net zo makkelijk om je te laten misleiden door AI gegenereerde tekst als om te twijfelen aan tekst van een mens. Het daadwerkelijke effect van AI;DR, hoe goedbedoeld het ware doel ook mag zijn, past helemaal bij deze tijd: aan excuses om minder te lezen hebben we geen gebrek. (Als je er toch nog zin in hebt, kijk dan eens naar deze grafiek.)
De andere verschuiving hangt daarmee samen: uiteindelijk maakt dit allemaal niets uit, want de komende generaties kunnen niet eens lezen. We betreden het tijdperk van de post-geletterdheid. In die zin komt de AI;DR-beweging precies op tijd om de handen ineen te slaan met haar exacte tegenovergestelde: WF;AI, oftewel ‘write for the AIs’. De tech-klasse van San Francisco benadert zijn werk nu al met een publiek van AI-agents in het achterhoofd.
Is het niet een geweldig toeval dat net op het moment dat mensen zichzelf omgekeerd alfabetiseren, er een nieuwe soort opduikt met een onverzadigbare honger naar meertalige tokens? Dus schrijf maar lekker door!
Maar zonder dollen, het uitgangspunt van AI;DR is volkomen logisch: als een menselijke tekst zo veel op de stijl van AI lijkt dat je die ermee zou kunnen verwarren, dan is die waarschijnlijk je tijd niet waard, toch? Met zijn bestaan alleen heeft AI een drempel opgeworpen die we al lang geleden zelf hadden moeten opwerpen; “garbage in, garbage out” geldt niet alleen voor bots! Of, om het in moderne bewoordingen te zeggen: slop is slop, ongeacht of het komt van een schrijver van silicium of koolstof.
Ik zeg dit als iemand die voor zijn brood over AI schrijft en daardoor aan beide kanten van de beschuldiging heeft gestaan. Ik heb gewaagde beweringen gedaan, puur gedreven door mijn illustere talent om AI-proza te ontmaskeren. Maar ik ben ook zwartgemaakt door mensen die, nog vasthoudend aan hun oude TL;DR-gewoontes, besloten om me niet tot het einde te lezen. Daar hebben ze alleen zichzelf maar mee, want – bekentenis – ik hanteer het beleid om bij artikelen pas aan het eind te onthullen of ik assistentie heb gekregen van AI, vooral bij experimentele teksten, om mijn stelling te onderbouwen dat “niets is wat het lijkt” en “je nooit ergens zeker van kunt zijn”. Zo gaat het nu eenmaal in het AI-tijdperk.
Om nieuwe lezers deelgenoot te maken: hier zijn een paar voorbeelden die je kunt proberen: AI Is Missing the Point, The Ghost of the Author, en The Truth Behind Moltbook, Revealed.
(Ik vermoed trouwens dat de lezers die me zwartmaken tot hun conclusie zijn gekomen met behulp van een of andere AI-detector, die ik beschouw als de meest hypocriete technologie van de afgelopen eeuw, en de gebruikers ervan het meest inconsequent: hoeveel water ben je bereid te verspillen, alleen maar om waterverspilling aan de kaak te stellen? Maar goed.)
Ik snap het echter wel. Waarom zou iemand twintig minuten van zijn steeds schaarser wordende aandacht besteden aan een tekst die zijn spookauteur vijfenveertig seconden en een slecht opgestelde prompt heeft gekost? (Meer mensen zouden mijn gids moeten lezen over hoe je AI-teksten menselijker kunt maken; les één: wees geletterd.) Bij lezen geldt, net als bij alles wat we doen, een ongeschreven sociaal contract – ik geef jou mijn gedachten, jij geeft mij jouw tijd. Als de ene partij vervolgens haar deel van de afspraak automatiseert, voelt de andere partij zich terecht bedrogen. En omdat het (voor de meeste mensen) geen zin heeft om het lezen uit te besteden, doen ze het gewoon niet.
AI;DR is dus een gericht protest tegen het gebrek aan inzet en intentie.
Wat voor intentie zit er nog in een Aeon-essay vol met vreemde combinaties – een teken van door AI geschreven tekst – waarvan de stelling juist is dat mensen het slachtoffer zijn van het bewuste ontwerp van digitale platforms om ‘ons vermogen tot langdurig nadenken’ te ondermijnen via algoritmes die de schermtijd maximaliseren. Wat voor intentie zit er nog achter, denk ik dan, behalve de pure meta-ironie om een tool die deels verantwoordelijk is voor de catastrofe die het juist ontkent, in de plaats van de auteur te laten schrijven? Bestaat die er soms uit dat we AI voor ons laten beargumenteren hoe we ons vermogen tot langdurig nadenken behouden? Je zou je kunnen voorstellen dat dat niet de bedoelde takeaway is van de auteur.
Wat voor intentie zit er nog in de New York Times-column ‘Modern Love’ over moederlijk verdriet, waarin de schrijfster pareltjes produceert als: “Geen haat. Geen woede. Alleen de kille beslistheid van een hart dat te moe is om het nog te blijven proberen,” vlak nadat haar zoon tegen haar had gezegd: “Ik hou niet van je. Ik wil je nooit meer zien.” We zijn hier niet om over iemands privéleven te oordelen, maar je moet wel een heel drukbezet persoon zijn als je er destijds net zo weinig bij was om de tragedie van je leven te beleven als je er nu bij bent om erover te schrijven. De column was getiteld I Was Deemed Unfit to Be a Mother, maar ik vraag me niet meer af waarom.
Mensen weten heel goed waar hun haat vandaan komt: zodra ze doorhebben dat er ergens in een artikel of essay stiekem AI zit – zodra ze de geur van verspild water ruiken – zijn ze onverbiddelijk. Ik kan het ze eigenlijk niet kwalijk nemen: het contract tussen schrijver en lezer vereist niet dat woorden uit een worsteling voortkomen – Dostojevski schreef sommige van zijn beste verhalen in één middag, en Nietzsche hield er niet van om zijn essays te redigeren, en toch heb ik nog nooit iemand hun werk om die redenen zien afwijzen – maar er moet wel intentie tegenover staan.
Maar laten we hier eens dieper op ingaan. Achter de AI;DR-beweging en de performatieve weigering om erop in te gaan als er ‘geen intentie’ achter de tekst zit, schuilt iets heel diepgaands: “Wat moet ik doen als ik met het onbekende word geconfronteerd?” Dat is de fundamentele vraag waarmee mensen worstelen.
Het gebruikelijke antwoord dat mensen geven is tweeledig: vechten en vluchten. Ofwel: maak van AI;DR een dreigend wapen, of, als dat niet lukt, een beschermend schild; gebruik AI;DR om terug te slaan of om niet geraakt te worden. Maar zoals dat vaak gaat met ethisch verantwoorde en maatschappelijk vooruitstrevende protesten: het idee achter AI;DR is bijna helemaal correct – er moet iets gedaan worden aan het onbekende – maar schiet qua uitvoering ernstig tekort.
Het faalt als schild – als een soort epistemisch filter – omdat de mensen die er het vaakst een beroep op doen, ook het minst in staat zijn om het toe te passen. Het vermogen om door AI gegenereerde tekst te detecteren hangt grofweg samen met het vermogen om die tekst überhaupt te genereren. Dat betekent dat degenen die zich het beste tegen de AI-belegering kunnen beschermen, diegenen zijn die eraan meedoen. (Ik vraag me al jaren af waarom mensen die met een wijde boog om AI-tools heen lopen, zichzelf beschouwen als expert op dit gebied.)
En het faalt ook als wapen in de vorm van een boycot. De logica van AI;DR gaat ervan uit dat de weigering om AI-gegenereerde tekst te lezen, via een soort metastatisch mechanisme van collectieve druk de productie ervan zal ontmoedigen, zoals de weigering om fast fashion of fastfood te kopen bedoeld is om sweatshops en McDonald’s-ketens te ontmoedigen. Maar ‘snel’ is in dit jaar onzes Heren 2026 synoniem met ‘goed’.
De zeeën zullen opdrogen, de bergen zullen afplatten en de lucht zal branden voordat de oplichter van dienst stopt met het genereren van tekst met AI omdat “sneller niet altijd beter betekent”. Ken je de menselijke soort eigenlijk wel?
Vauhini Vara schreef voor The Atlantic over een recent voorbeeld van hoe AI;DR faalt. Dat blijkt uit het feit dat de grootste mediabedrijven veel meer AI gebruiken bij het schrijven dan ze prijsgeven, en toch blijven lezers gewoon lezen:
Om te achterhalen hoe wijdverbreid het gebruik van AI eigenlijk is, lieten Russell en zes andere onderzoekers Pangram [een AI-detector] duizenden artikelen analyseren. Ze ontdekten dat het programma in de Amerikaanse pers veel gevallen van vermoedelijk AI-gebruik signaleerde – onder meer in de opiniepagina’s van The New York Times, The Wall Street Journal en The Washington Post – wat erop wijst dat schrijvers vaker gebruikmaken van AI dan hun lezers misschien denken.
De enige bruikbare heuristiek die je tot je beschikking hebt, is deze: als je iets leest dat na 2023-2024 verscheen, is de kans groot dat het een gezonde dosis AI-slop bevat. Het spijt me echt heel erg, maar dat is het beste wat ik je kan bieden. …Al biedt het natuurlijk geen soelaas. Je kunt het echter wel gebruiken om terug te grijpen op de klassiekers. Petrarca was dol op Cicero, omdat hij verder niet veel anders kon lezen. Misschien moeten we net zoals Petrarca doen: AI-slop links laten liggen en een nieuwe Renaissance inluiden.
Afgezien van alle waanzin is dit een realiteit waaraan we het hoofd moeten bieden.
We staan op een kruispunt als het gaat om de relatie tussen een tekst en de werkelijkheid die erin verscholen zit; de beste fictie is net als de werkelijkheid. Ik wil het zelfs nog breder trekken: als je de waarheid wilt vastleggen, heb je misschien geen andere keuze dan putten uit het rijk der verbeelding. Er is geen werkelijkheid die je kunt begrijpen – of weerstaan – zonder fictie. Dat is de absurditeit die ons te wachten staat na de transitie. Maar we staan ook op een kruispunt als het gaat om de relatie tussen een tekst en zijn oorsprong. De Auteur, die entiteit die met zijn naam ondertekent, is al een tijdje dood – in ieder geval sinds Barthes diens ondergang aankondigde – maar het is nog ernstiger om te beseffen dat hij nooit heeft geleefd.
Hoe slim is dat nou, nietwaar? En toch, fout. Voor zover AI wordt gebruikt om te schrijven, kun je niet zozeer beweren dat niemand het doet, als wel dat iedereen het doet. Je herinnert je vast nog wel, van de vele keren dat critici zijn ingegaan op de vraag ‘plagiaat versus inspiratie’, dat ChatGPT kan worden gekarakteriseerd als een samensmelting van alles wat ooit online is geschreven. In die zin heeft elk AI-woord niet nul auteurs, maar oneindig veel.
Dus zijn we weer terug bij de premoderne samenleving van vóór de boekdrukkunst, toen schrijvers geen auteurs waren maar kopiisten, of zelfs terug bij de mondelinge overlevering, toen anonieme barden liederen overbrachten van stad naar stad – en zo onbedoeld de hele culturele infrastructuur en het raamwerk van de moderniteit opbouwden – in een daad van collectief, onbaatzuchtig auteurschap. Wat is AI-schrijverij eigenlijk, teerbeminde lezer, anders dan een collectieve daad van onbaatzuchtig auteurschap?
Ik laat je nu even nadenken over die vraag.
Voor degenen die dit artikel tot hier hebben gelezen zonder mee te gaan in die TL;DR-trends die zo in de mode zijn in onze ongeletterde samenleving, heb ik twee cadeautjes.
Allereerst schenk ik je mijn oprechte dank voor je tijd. Dit zou een verplichte clausule moeten zijn in contracten tussen schrijvers en lezers. We zijn er zo aan gewend geraakt om tijd te verspillen, dat we niet meer weten hoe we onze dank moeten uiten als iemand ons wat van zijn tijd leent. Tijd is, net als jeugd, van onschatbare waarde. Daarom bedank ik je.
Ten tweede schenk ik je mijn eerlijkheid.
De echte reden waarom AI;DR niet werkt, is niet dat het een kapot schild of een bot wapen is, maar dat jij, hoewel je gul bent met je tijd, niet zo goed bent in volhouden. Ik haat-haat het om je dit aan te doen – ik haat het met heel mijn hart, teerbeminde lezer – maar we moeten deze les allemaal op de een of andere manier leren, zodat we in de toekomst niet weer dezelfde fout maken. De toekomst wordt nog chaotischer, en je hebt geen behoefte aan nog meer chaos in je hoofd, dus een epistemische douche is wel op zijn plaats. Jij zegt AI;DR, en ik snap je wel, maar AI;DR bestaat niet: het werkt niet, want je kunt nog steeds geen onderscheid maken tussen een ziel die zich door de ruimtes tussen woorden heen laat sijpelen, en het koelwater dat wegsijpelt uit de GPU-racks in een datacenter. In een mate die je liever niet zou willen weten, ben ik AI. En je hebt dit wél gelezen.
Alberto Romero, 26 maart 2026

Omwille van ironie-maxxing, heb ik dit met AI gemaakt
