We gaan iets nieuws proberen! Voortaan delen we op zaterdag artikelen van een van onze favoriete AI-auteurs: Alberto Romero van The Algorithmic Bridge. Zijn analyses laten altijd zien hoe je AI beter kunt inzetten, zonder te vergeten wat menselijk werk uniek maakt.
Alberto komt uit Spanje en schrijft in het Engels. Speciaal voor jullie vertalen we zijn greatest hits naar het Nederlands.
Wil je Alberto doordeweeks in het Engels lezen? Abonnees van AI Report krijgen 20% korting op een abonnement. Gebruik hiervoor de kortingscode.
En dan nu, over to Alberto:

De epicentra van de AI-hausse – San Francisco, Silicon Valley, de Bay Area – zijn gekke plekken voor mensen die gek worden. Onlangs ging een tweet viraal van Deedy Das, partner bij een durfinvesteerder in San Francisco (SF).
De tweet beschrijft een malaise die de mensen treft die bouwen aan AI. Zelfs als je niet een van hen bent, is de tweet (hier ingekort) interessant om antropologische redenen:
De sfeer in SF voelt nu behoorlijk opgejaagd. De vermogenskloof is groter dan ik ooit heb gezien.
In de afgelopen vijf jaar heeft een groep van zo’n 10.000 mensen – werknemers van Anthropic, OpenAI, xAI, NVIDIA en Meta TBD, plus founders – een pensioenvermogen opgebouwd van ruim $20M (ruwe schatting op basis van AI).
Iedereen buiten die groep heeft het gevoel dat ze hun leven lang in hun goedbetaalde (maar <$500k) baan kunnen blijven werken zonder ooit op dat niveau te komen.
Sterker nog, er worden op grote schaal mensen ontslagen. Veel software-engineers hebben het gevoel dat de skills die ze gedurende hun leven hebben ontwikkeld, geen nut meer hebben. Van de meeste banen is de dagelijkse invulling van de ene op de andere dag door AI veranderd.
[…]
Er heerst een diep gevoel van onbehagen over werk (en de toekomst ervan). Waarom zou je überhaupt nog werken voor een schijntje? Bestaat mijn baan over een paar jaar nog wel? Velen voelen zich hulpeloos. Je hoort mensen vaak praten over de ‘permanente onderklasse’, vooral jongeren.
[…]
Het kan verlammend werken om in zo’n omgeving een maatschappelijk transformatieve goudkoorts mee te maken. “Zit ik wel op de juiste plek? Moet ik verhuizen? Heb ik daar nog wel tijd voor? Ga ik het wel redden?” Dit kwelt veel mensen die hierheen zijn verhuisd op zoek naar ‘succes’.
Ironisch genoeg is een veelvoorkomend neveneffect van deze kwelling juist dat de producten die iedereen rijk maken, worden ingezet in de hoop dat ook jij je weg naar economische verlichting kunt vibecoden.
Das framede dit als een werk-geldkwestie om het begrijpelijk te maken voor zijn publiek, maar de onderliggende oorzaak is niet zozeer materiële zorgen als wel ontologische onzekerheid: “Wie ben ik in een wereld die op het punt staat de grootste transformatie in de geschiedenis te ondergaan?”
Nick Cammarata (voormalig onderzoeker bij OpenAI) en Qiaochu Yuan (iemand die aanschurkt tegen rationalisme) verwoordden in tweets goed wat ik bedoel:
Ik denk niet dat dit veel met vermogen te maken heeft. Ik ken heel veel mensen die fantastisch hebben geboerd dankzij de AI-hausse, én mensen die er net naast grepen, en beide groepen zijn momenteel nogal opgejaagd. Iedereen die ik ken is ervan overtuigd dat er de komende jaren iets heel groots staat te gebeuren, en dat is verontrustend.
Mensen interpreteren [Deedy’s tweet] blijkbaar als een les over hoe je met geld geen geluk kunt kopen, of iets in die trant? Dit is een beschrijving van de voorschokken van de singulariteit. SF voelt die het hardst, omdat ze het epicentrum is. Het geld is de concrete manifestatie van een veel groter, onheilspellend hyperobject dat met een brul tot leven komt. De onweerswolken pakken zich samen. De wind raast. De wereld houdt zijn adem in.
Als je daar vandaan komt, ben je het waarschijnlijk eens met Deedy en, als je eerlijk bent tegen jezelf, ook met Cammarata en Yuan (geldzorgen gaan altijd gepaard met existentiële angst).
Maar als je niet uit het land komt waar de zon ondergaat, denk je waarschijnlijk hetzelfde als ik: Zelfs als AI geen bubbel is, zitten die gasten in SF en SV er toch in.
Voor de duidelijkheid: ik twijfel niet aan de beweringen van Das. Ze hebben duidelijk een gevoelige snaar geraakt. Ik vertrouw erop dat het een getrouwe weergave is van hoe het voelt om iemand te zijn die voor de kost tokens ademt. Maar ik woon in Europa – dus ik heb recht van spreken – en mijn perspectief is anders: je moet de aantrekkingskracht van de bubbel in SF tegengaan.
Je kunt AI het beste scheiden in twee aparte kommen.
Aan de ene kant heb je AI, de tool waar je nu toegang toe hebt in de vorm van Claude, ChatGPT, agents enz., waarmee je allerlei gekke dingen kunt doen, je productiviteit kunt verhogen enz. Coole technologie, niets meer.
Aan de andere kant zijn er die vreemde ideeën die vanuit kantoren in San Francisco de wereld in sijpelen: singulariteit, superintelligentie, de lightcone, de permanente onderklasse, de post-work society, post-scarcity enz. Deze ideeën en voorspellingen behoren allemaal tot dezelfde kom, met als opschrift: “AI is een ongekende mijlpaal voor de mensheid, die ingrijpender is dan de industriële en agrarische revoluties. Misschien zelfs ingrijpender dan het ontstaan van slimme apen, landzoogdieren of het leven zelf.”
Deze tweede kom is nutteloos voor jou. Je kunt hem wegdoen.
Als de ideeën die erin staan al kloppen, kun je er toch niets aan doen. Het zijn psychologische informatiegevaren: verlammende waarheden die je ervan weerhouden om te profiteren van AI zoals die nu is, omdat je te druk bent met je zorgen maken over wat AI morgen zal worden. Als ze onjuist zijn, dan heb je in de beginfase van een gewone technologische revolutie zitten piekeren over sciencefictionverhalen en dat zal over een paar jaar behoorlijk dom voelen. Als ze half juist en half onjuist zijn, dan kun je je sowieso beter voorbereiden met wat je nu tot je beschikking hebt.
In wezen moet je AI zien als een gewone technologie. Of het nu goed of fout is, de pragmatische houding is: AI is een tool, geen god.
Door zo te denken, bereik je twee dingen.
Ten eerste laat je alle existentiële angsten los (je maakt je misschien nog wel zorgen over je baan, maar dat is beter te behappen dan het idee dat de wereld van morgen onbegrijpelijk zal zijn). En ten tweede kun je AI zo gebruiken voor wat het vandaag is, in plaats van te wachten tot het wordt wat het morgen misschien wordt.
Dat levert zowel kalmte als nut op.
Hoe kun je AI dan beschouwen als een gewone technologie? Zes principes:

I. De tijd tussen uitvinding en impact is langer dan het lijkt
SF behandelt elke nieuwe AI-release als een mijlpaal voor de beschaving. Dat is het niet, en zo zou jij het ook niet moeten behandelen.
De agrarische en industriële revoluties hebben de hele wereld ingrijpend veranderd. Het is moeilijk om nog een plek op aarde te vinden zonder een spoor van menselijke invloed. Maar die verandering nam vele jaren in beslag. Zelfs op zichzelf staande uitvindingen zoals de auto deden er decennia over om de wereld te veranderen, dus hebben we de tijd gehad om ons aan te passen, misschien niet biologisch – evolutie verloopt nu eenmaal langzaam – maar toch in elk geval in hoe we dingen doen.
Het gebruikelijke tegenargument hier is tweeledig: AI is anders, en AI is sneller.
Het eerste brengt ons uiteindelijk terug bij het dilemma tussen tool en God, en we waren het er al over eens dat het niet zinvol is om zo te denken.
Het tweede is betwistbaar. Dat is het belangrijkste argument van Arvind Narayanan en Sayash Kapoor, die het perspectief van AI als gewone technologie populair hebben gemaakt. Zelfs als innovatie snel gaat – zoals het geval is bij AI – verlopen de adoptie en verspreiding ervan traag.
Adoptie: Bijna iedereen heeft weleens gehoord van AI; de meesten hebben het weleens gebruikt, maar slechts weinigen gebruiken het regelmatig, nog minder maken gebruik van de beste beschikbare tools, en nog minder halen er daadwerkelijk nut uit enz. Dit zou snel kunnen veranderen, maar dat is geen uitgemaakte zaak. We staan nog maar aan het begin.
Verspreiding: Elke technologie die ‘de manier waarop mensen leven’ verandert, krijgt te maken met wrijving en traagheid van mensen. Ik heb dit al eens aangestipt in mijn artikel Even God Can’t Skip the Bureaucrats:
Er bestaat een onontkoombare wrijving tussen superintelligentie en revolutie. Als je het probleem van intelligentie oplost, verdwijnt de bottleneck voor effectieve verandering niet; hij verschuift naar een andere plek, en wrijvingen die voorheen minder belangrijk waren, worden nu significant.
Zelfs als superintelligentie uiteindelijk werkelijkheid wordt, is dat niet hetzelfde als alwetendheid of almacht. Net als jij en ik zal het moeten wachten op de elektricien.
De wet van Amara is hier een nuttige vuistregel: “Mensen hebben de neiging om het effect van een technologie op korte termijn te overschatten en het effect op lange termijn te onderschatten.”

II. Gedachten waar je niets mee kunt, zijn parasitair
Parasitaire gedachten moeten verdwijnen.
“Misschien raak ik mijn baan kwijt” is een parasitaire gedachte. “Ik zou AI-skills moeten leren” is dat niet.
“Superintelligente AI zal de samenleving drastisch verslechteren” is een parasitaire gedachte. “Welke beleidsmaatregelen kunnen helpen om een AI-overgang in goede banen te leiden?” is dat niet.
“In een post-scarcity-wereld zal er geen doel meer zijn” is een parasitaire gedachte. “Ik hou van gitaarspelen en wandelen op het platteland” is dat niet.
Als je deze ideeën lang genoeg in je opneemt, vergiftigen ze je. En ze verspreiden zich via je sociale kringen, je feeds, je werk. De angst rond AI is dan niet langer een voorbijgaande toestand, maar gaat je hele wereld beheersen.
Je hebt maar één leven. Leef het.

III. Je hebt een superkracht op zak, maar je maakt er geen gebruik van
Wanneer intelligentie gratis is, moet je daarvoor betalen met verbeeldingskracht.
Met de huidige AI-modellen kun je zoveel meer doen dan je nu doet. Terwijl SF debatteert over singulariteit, maken gewone mensen over de hele wereld nog niet eens gebruik van wat er al bestaat. De vraag die je ’s nachts wakker zou moeten houden is niet “Wat zal AGI met mijn wereld doen als het er eenmaal is?”, maar “Wat kan ik vandaag met AI doen dat ik nu nog niet doe?”
Stel je een schroevendraaier voor. Beter nog, stel je je favoriete schroevendraaier voor (iedereen heeft een favoriet). Probeer hem echt voor je te zien. Stel je nu eens voor wat er in een verre toekomst zou gebeuren als een heks hem bewustzijn zou geven – laat me even uitpraten: Zou die gedachte je er vandaag van weerhouden om schroeven vast te draaien? Natuurlijk niet, je pakt de schroevendraaier als gewoonlijk en gaat naar de dichtstbijzijnde schroef om die vast te draaien.
Met AI is het precies zo.
Wat er in de toekomst ook mag gebeuren, het heeft niet met terugwerkende kracht invloed op wat je vandaag kunt doen. Mensen stellen me elke dag vragen die ChatGPT beter kan beantwoorden dan ik. Mijn gebruikelijke reactie is: “Waarom heb je dat niet aan ChatGPT gevraagd?”
Probeer in godsnaam nou gewoon eens die schroevendraaier, raak ermee vertrouwd, rommel er wat mee, maak fouten, probeer het nogmaals, ontdek welke schroeven hij aankan enz. Dat geldt voor elke tool.
Je kunt me vragen hoe je een schroevendraaier gebruikt, en ik zal altijd hetzelfde zeggen: door te oefenen, oefenen, oefenen. Die lessen zijn niet overdraagbaar.
Deze gewoonte bereidt je voor, ongeacht of AI nu een schroevendraaier blijft of een God wordt.

IV. De mensen die het dichtst bij de technologie staan, schatten vaak het slechtst de betekenis ervan in
Laat je niet beïnvloeden door de mening van de mensen die het dichtst bij de zon staan, want hun ogen zijn verschroeid.
SF is high on its own supply. Dario Amodei kan zeggen dat er een werkloosheidspercentage van 10% op komst is en 20.000 woorden schrijven over zijn zorgen rond AI, maar het doet jou niks. Sam Altman kan zeggen: “als het misgaat met deze technologie, kan het ook behoorlijk misgaan”, en dat doet jou niks.
Deze hype-achtige anti-hype waarop AI-CEO’s zo dol zijn, is erop gericht overheden aan te zetten hun concurrenten te reguleren, en investeerders aan te zetten kapitaal te injecteren.
Ze leven in de SF-bubbel en zien daardoor de toekomst in realtime – een vertekend beeld bovendien – maar hebben geen enkel inzicht in het heden. Ze voelen de stemming niet aan. Ze hebben geen gevoel voor wat er speelt. Ze hebben geen voeling met de echte wereld. Enz. Enz. Ik woon in Spanje en als ik naar buiten ga, zie ik niets. Er is letterlijk nergens een spoor van AI te vinden.
De wereld voorbij mijn ramen en schermen ziet er nog net zo uit als 25 jaar geleden.
Laat de fictie uit SF, net als de films uit Hollywood, je niet verblinden voor de realiteit die je voor je ziet. De wind wiegt de bomen nog steeds hetzelfde.

V. Je baan verdwijnt niet morgen, maar verandert vandaag al wel
AI-modellen zullen pas worden ingezet in veiligheidskritieke sectoren als de technologie betrouwbaar is. Daarom werven de drie grootste AI-bedrijven – Google, OpenAI en Anthropic – forward-deployed engineers. De reden hiervoor is dat AI niet alleen uiterst nuttig is, maar ook uiterst broos.
Revolutie of niet, ondernemingen zullen niet de rol van kanarie in de kolenmijn op zich nemen.
Als AI niet werkt, draaien ze de licenties en enorme budgetten terug en schrappen ze de tokenmaxxing-ranglijsten. Je baas is dol op AI, maar alleen zolang de beloften zich vertalen in omzetcijfers.
Winst is de ultieme maatstaf.
Daarom is het dom om meteen in de stress te schieten bij de gedachte dat AI je baan overbodig maakt.
Ik zie AI mijn baan voorlopig niet overnemen. Het is slecht in schrijven, en bovendien is mijn werk relationeel van aard. Maar ik zie dat vooral niet gebeuren omdat ik AI gebruik om mezelf vooruit te helpen op manieren die ik voorheen niet alleen voor elkaar kreeg. Denk aan research, redigeren, brainstormen enz. Zoek je taken die AI kan versterken en zet AI daarvoor in.
Maar het is net zo dom om de trends of de AI-psychose van je baas te negeren. Grijp die kans. Grijp de gelegenheid om AI te behandelen als een gewone – en dus nuttige – technologie.
Laat AI je beter maken zonder je eraan over te leveren.

VI. Zoek de heilige domeinen van de mensheid op
Ik heb nooit de vraag beantwoord die Das, Cammarata en Yuan impliciet stelden.
Wie ben ik in een wereld die op het punt staat de grootste transformatie in zijn hele geschiedenis te ondergaan? Wie ben ik als AI geen gewone technologie blijkt te zijn?
In dat geval ben je nog steeds een gewoon mens.
AI kan de dingen die je echt waardeert niet veroveren. Bestaat er zoiets als bovenmenselijke liefde of bovenmenselijke vriendschap? Bovenmenselijk medeleven? Een bovenmenselijke connectie? Bovenmenselijke verbondenheid? AI zou de nieuwe ondergrond zijn waarop al die intrinsiek menselijke dingen kunnen wortelen.
Het is makkelijk om te denken dat een bovenmenselijke AI je irrelevant maakt, maar, zoals filosoof Shannon Vallor zich al afvroeg: “[…] verliezen we dan niet juist het zicht op wat we aan het mens-zijn koesteren door het label ‘bovenmenselijk’ te geven aan machines die de meest wezenlijke dimensies van onze menselijkheid missen?”
Ja, dat zicht verliezen we.
Vergeet nooit dat AI per definitie niet de dimensies kan betreden waar we echt om geven. Soms – nee, meestal – verlangen we naar een onvolmaakt mens net als onszelf. Mensen houden van mensen. Ik wil geen robot kussen, hoe perfect de robot of de kus ook is.
Misschien is het tijd om te stoppen met onszelf te zien als koningen die hun koninkrijk verliezen en de onvolkomenheden te omarmen die ons gaandeweg hebben gevormd.
We hebben altijd de kussen nog.
Alberto Romero, 18 mei 2026

