Over deze reeks
Elke zaterdag publiceert AI Report een Nederlandse vertaling van een artikel dat Alberto Romero schreef voor The Algorithmic Bridge. AI Report-abonnees krijgen via deze link 20% korting op een abonnement.
Vertaling en eindredactie: Erwin van Wouw


Zwanen die olifanten weerspiegelen – Salvador Dalí, 1937
Een onorthodoxe gids voor een post-AI-wereld.
De ene helft van mijn tijdlijn op sociale media zegt: “Je kunt elk moment overbodig worden”, en de andere: “Je kunt elk moment doodgaan.” Ik weet niet welk lot me liever is: het rotsblok over mijn slappe lijf zien rollen, of toekijken hoe het uit zichzelf de berg op rolt?
Maar één ding weet ik wel.
Ik ben niet de enige die zich afvraagt of er een manier is om de rest van mijn leven redelijk rustig door te kunnen brengen (of dat nu nog veertig jaar is of vier weken). Hieronder een paar openhartige gedachten, zonder duidelijke volgorde of volledige samenhang.
Om te beginnen: stop met het lezen van mensen die hun hele identiteit ontlenen aan het nadenken over 2030.
Wie denkt ‘hoe eerder, hoe beter’ is een even slechte gids als wie zich nog liever van kant maakt. Of ze gelijk hebben of niet – dat doet er niet toe – ze kunnen je niet helpen. Jouw angst is hun verdienmodel. Ze denken dat ze helpen, maar wat heeft een mier eraan als je hem vertelt dat hij zo meteen wordt vertrapt door een laars?
Als er in de toekomst geen werk meer is, wil je je daar niet voor uitsloven; als die onvoorspelbaar is, wil je daar niet over nadenken; als de toekomst uitloopt op de uitroeiing van de mensheid, wil je daar niet aan meedoen. Ga op zoek naar je eigen zingeving, of kom lachen om de zinloosheid van het bestaan. Aan jou de keus.
Laat de geschiedenis maar schreeuwen; jij hebt een leven te leiden.
‘Bereid je voor op AGI’ is geen voorbereiding. Hoe doe je dat dan? Python leren? Of misschien Neuralese? Grond kopen? Waar dan. Snel kinderen krijgen? (Helemaal geen kinderen krijgen?) Hoe kan ik nu een nieuw leven op de wereld zetten als het niet eens de kans krijgt om de beste schaker aller tijden te worden? Dat is immoreel. Loodgieter worden? Ik heb Manchester by the Sea gezien. Een GPU worden? Ik heb The Matrix gezien.
Zelfs het beste standaardadvies ontaardt uiteindelijk in de gewoonten van de gemiddelde plichtsgetrouwe volwassene uit de middenklasse: spaar geld, blijf gezond, wees aardig voor je buren, word geen nutteloze homp vlees zodra je zonder internet zit (dat zijn de meesten mét internet al), zoek iets waar je van houdt en stort je er obsessief in. Audendo virtus crescit, tardando timor. Enzovoort. Enzovoort.
Je kunt ook de twee uitersten opzoeken: zet óf alles op AI, óf ga ervan uit dat ‘er toch nooit iets gebeurt’. Of wissel ze per week af – het zijn allebei goede adviezen.
Eerlijk gezegd zou je dit stuk helemaal niet nodig moeten hebben, maar ik vermoed dat jullie het verkeerde probleem proberen op te lossen. Jullie vragen steeds hoe je ‘economisch waardevol’ kunt blijven in een wereld die binnenkort bevolkt wordt door bovenmenselijke machines. Waarom? Geld zal je niet meer interesseren: óf omdat het niets meer waard is, óf omdat de elite heeft uitgevogeld hoe ze de opbrengst van de robotbelasting over de onderklasse kan herverdelen.
Er is geen tussenweg, want geen enkel systeem, hoe robuust het ook lijkt, overleeft het als de hele bevolking er geen belang meer bij heeft.
Maar, maar de overgang …
Er is geen overgang – dit is de overgang!
Voor zover geopolitieke of economische factoren de overgang kunnen rekken, luidt het antwoord dat ik eerder al gaf: hoe minder tijd je besteedt aan het luisteren naar AI-goeroes, hoe beter je bent voorbereid op een vertraagde takeoff. Want die zonderlinge, sektegevoelige types zijn vaak nerds, autisten en in het algemeen mensen die niet goed zijn met mensen.
Het laatste wat de machine van de mens zal overnemen, lijkt op een lunchpauze op de middelbare school of, aan het andere uiterste, het hof van Versailles in de achttiende eeuw. Allebei een absolute hel op aarde voor computertypes.
Wat je echt nodig hebt – wat er ook gebeurt – is dat je geïnteresseerd blijft.
Dat is moeilijker. Met of zonder AI: het is moeilijk. Een machine kan morgen je baan overnemen en dan kom je wel ergens anders terecht; verveling is voor eeuwig. Mensen zeggen vaak dat je je eigen zingeving moet vinden – ik bijvoorbeeld, zo’n tien alinea’s eerder – maar dat is een categoriefout. De zin van het leven is een object op zoek naar een subject. Jou.
Interessante dingen bestaan niet; geïnteresseerde mensen wel.
Je haalde al je zingeving uit je werk? (Dat betwijfel ik.) Oké, dan zul je je zelfbeeld moeten herzien. Volgens mij zijn er ergere dingen dan overbodig worden. Ik ken allerlei overbodig geworden technologieën waar ik bijzonder op gesteld ben. Vuur. Perkament. Kruisbogen. Wiskunde (au). Zoals een willekeurige anonieme wijsgeer ooit zei: “Er bestaat een perfecte correlatie tussen mensen die bang zijn dat automatisering tot verlies van zingeving leidt en mensen die nooit voor zichzelf koken.” Inderdaad: pak een pan.
En jij dan?
Ik? Ik wil een huis. Het liefst een groot chalet op het Zwitserse platteland, maar als dat er niet in zit, neem ik genoegen met elk ander huis, waar dan ook. Op de een of andere manier houdt dat verlangen stand in elke versie van de toekomst die ik me kan voorstellen. AGI: huis. Geen AGI: huis. AI-winter: huis. Tien jaar lang 25% bbp-groei: op de een of andere manier, nog steeds huis. Niveau drie op de schaal van Kardasjov? Je raadt het al: een huis met sterrenstelselthema, ergens voorbij de vlakten van Andromeda.
Mijn problemen zijn nogal alledaags, zie je, dus misschien zijn mijn oplossingen dat ook. Een verwante gedachte: misschien moet ik meer dingen bezitten die in de euclidische ruimte bestaan. Weet je wie er niet door AI overbodig wordt? Postzegelverzamelaars. Verder geen commentaar.
Vroeger dacht ik dat de verstandige reactie op AI was om beter te worden in dingen die AI niet kon. Dat idee hield na mijn geboorte in 1993 vier jaar stand. Inmiddels lijkt het me een uitputtende manier van leven. Elk halfjaar verschuift de grens. Programmeren? Weg. Wiskunderen? Zo’n beetje weg. Schrijven? (Nooit, natuurlijk.) Waar het om gaat: ik wil mijn hobby’s niet laten kiezen door binaire classificatoren.
Ik kan doen wat ik wil.
Wat tot die dikke, siliciumloze schedel van je moet doordringen: in de toekomst bestaat er geen schaal van ‘beter’ naar ‘slechter’. Onder huisdieren bestaat het begrip hiërarchie niet. Dat wij mensen onszelf daaraan afmeten, is al die tijd onze vergissing geweest. Wat betekent überhaupt een beter ‘relaxt middagje met vrienden’? Pas als je niet meer krampachtig bezig bent met hoe goed de zoen is, leer je echt goed zoenen.
Dus de voor de hand liggende manier om je in te dekken is, opnieuw: andere mensen.
Die oplossing klinkt verdacht hartverwarmend voor een verhaal over de dood, overbodigheid en het einde van zingeving, dus laat ik dat wat afzwakken: machines zullen beter schrijven dan ik, ook al lijkt dat met de dag minder waarschijnlijk, MAAR mijn vriendin zal me waarschijnlijk niet inruilen omdat Claude ineens droge grappen kan maken. Op de lokale markt voor deze Alberto is er gelukkig nog altijd weinig concurrentie.
Vandaar mijn advies: de enige banen die van nature veilig zijn, zijn banen waarin de relatie tussen de betrokken mensen het waardevolste aspect is. Koester je kring. Jij en ik. Hier. Wij zijn onvervangbaar, mijn vriend. Mensen vragen me voortdurend waarom ik niet bang ben voor AI, en de reden is dat AI niets kan doen om onze gezamenlijke herinneringen te vervangen.
Wat maakt jou tot jou? Dat.
Dus wees geïnteresseerd.
En wees interessant.
Het kan ook zijn dat er helemaal niets van dit alles plaatsvindt.
Ik schrijf dit alleen maar omdat mijn tijdlijn er verdomme niet over ophoudt. Maar die mensen kunnen net zo goed ongelijk hebben en Gary Marcus kan alsnog gelijk krijgen. Ik zou het buitengewoon grappig vinden als die millennials van in de dertig de pensioenleeftijd bereiken nadat ze zich dertig jaar lang emotioneel hebben voorbereid op het naderende postmenselijke tijdperk.
“Pap, wat deed jij toen je in de dertig was?”
“Vooral ai-2027.com F5’en.”
Voor mijn advies aan jongere lezers kom ik terug op praktische vaardigheden, juist omdat ik die zelf niet heb. Koken (lekker). Dingen repareren of helemaal zelf maken. Weten wat je groepenkast doet; weten wat een groepenkast is. Een boom herkennen of zien hoe hij met al zijn bladeren de dag groen kleurt. Loodgieterswerk is eigenlijk een prima keuze.
Echt AI-bestendig zijn deze vaardigheden niet, maar ik denk dat je er baat bij hebt als er minder lagen tussen handeling en gevolg zitten. In die zin lijkt een leven na AI op een leven van vóór de technologie. De cirkel is rond. We hebben zo’n 10.000 jaar lang lagen tussen onszelf en de wereld aangebracht, en AI zal daar dwars doorheen snijden.
Maar als je nog steeds niet overtuigd bent en niet te veel over deze adviezen wilt nadenken, is mijn beste argument eenvoudigweg empirisch: kijk om je heen.
De wereld van vandaag bestaat uit koolzuurhoudende dranken, koolstofvretende planten, koolwaterstoffen en een favoriet onder iedereen van 0 tot 33 jaar: koolhydraatrijke spaghetti carbonara. Net als de wereld van gisteren. Ondertussen blijft de singulariteit op de een of andere manier een eeuwig op handen zijnde eindtijd. Dus silicium kan de klere krijgen; het heeft nog een lange weg te gaan.
Ik weet niet wat AGI overleeft. Maar ik weet dat het me vandaag eigenlijk niet zoveel kan schelen. Morgen stel ik mezelf dezelfde vraag. Als er niets wezenlijks is veranderd – en gezien wat ik heb gezegd, ga ik daarvan uit – kom ik morgen tot hetzelfde antwoord. En dan geldt hetzelfde voor overmorgen. Ik noem dit recursieve zelftevredenheid.
Alberto Romero, 24 september 2026
