Voortaan delen we op zaterdag artikelen van een van onze favoriete AI-auteurs: Alberto Romero van The Algorithmic Bridge. Zijn analyses laten altijd zien hoe je AI beter kunt inzetten, zonder te vergeten wat menselijk werk uniek maakt.

Alberto komt uit Spanje en schrijft in het Engels. Speciaal voor jullie vertalen we zijn greatest hits naar het Nederlands.

Wil je Alberto doordeweeks in het Engels lezen? Abonnees van AI Report krijgen 20% korting op een abonnement. Gebruik hiervoor de kortingscode.

En dan nu, over to Alberto:

Bron: Andrew Guan

Er is ons wijsgemaakt dat we verslaafd zijn aan onze telefoon. We kunnen niet meer stoppen met scrollen, geen stilte verdragen en moeten om de paar minuten de zeshonderdzestien apps checken die we altijd bij ons hebben. We kunnen ons niet meer verdiepen, inleven of ontspannen. We kunnen niet meer ontsnappen aan de vloek van overvloedig entertainment. Er is kortom niet veel menselijks meer van ons over. Ik heb lang geloofd dat dit zonder twijfel waar was.

Maar de laatste tijd heb ik erover nagedacht – ja, het is nog steeds legaal om dat niet aan AI uit te besteden – en ben tot de conclusie gekomen dat dit verhaal nergens op slaat: verslaafden proberen dichter bij datgene te komen wat hen voedt, en toch proberen de meeste mensen die ik ken er juist van weg te komen, hoe onhandig ook.

Neem mij als voorbeeld: ik stop mijn telefoon weg als ik aan het werk ben (ik weet niet eens meer waar ie nu ligt aangezien ik op mijn laptop zit), ik verwijder elke week één nieuwe app (vorige week was dat ChatGPT; Gemini 3 Pro is beter), ik zit op geen enkel socialmediakanaal behalve Substack en Twitter, de minst opdringerige zou je kunnen zeggen (ik heb nooit TikTok gehad en Instagram heb ik in 2014 al verwijderd). Dit is toch niet het typische gedrag van een verslaafde, of wel? En ik ben niet de enige; jongeren bedenken hun eigen verzetsrituelen, zoals digitale sabbatdagen, grijswaardenschermen, telefoonverboden voor het slapen en van die Brick-dingetjes waar ik niets van snap (en waar ik op dit moment niet naar durf te vragen).

Wat ik zie is het volgende: we hopen een klein beetje rust terug te vinden tegenover een overweldigende kracht, alsof je door een tsunami vaart of door een orkaan vliegt; in mijn ogen is dat geen verslaving, maar een vlucht.

Ondertussen beweegt de technologie juist de andere kant op. Die leert voortdurend om de kloof te overbruggen – van de domme algoritmische feed die de Facebook-ontwikkelaars in de beginjaren van het bedrijf bouwden, waarbij posts werden gerangschikt op basis van likes en shares, en de gedragsengine van TikTok die op basis van subtielere signalen bepaalt wat je te zien krijgt, zoals hoelang je naar een filmpje kijkt, tot de LLM’s die Twitter aandrijven.

De telefoon ziet hoe we ons terugtrekken en hunkert steeds sterker, terwijl hij zich aanpast aan onze verdedigingsmechanismen. Naarmate wij evolueren om ons ertegen te verzetten, evolueert de telefoon om steeds dichterbij te komen: van socialmedia en chatbots, tot hangertjes en brillen, en uiteindelijk – als we het z’n gang laten gaan – zelfs in onze hersenen.

Klinisch gezien past de telefoon zijn ‘interne toestand’ (en uiterlijke vorm) aan om de kans te vergroten dat hij de stimulus ontvangt (“krijg ik vandaag wel mijn dosis mens?”), en ‘ervaart’ negatieve feedback als hem die stimulus wordt onthouden (“O nee, mijn mens vond het niet leuk!”). Dus wie is er nu eigenlijk verslaafd aan wie? Verslaving is een vorm van afhankelijkheid, maar bij de mens-telefooncombinatie is die afhankelijkheid niet wederzijds. De telefoon kan niet zonder ons; wij hebben al millennia zonder de telefoon geleefd. Het apparaat gedraagt zich, op elke meetbare manier, als een ding dat afkickverschijnselen vertoont.

Deze tegenintuïtieve metafoor wordt letterlijk als je uitzoomt. Jouw aandacht is de grondstof die deze economie laat draaien. Een eindeloze reeks handelingen – ontgrendelen, tikken, tikken, vergrendelen, ontgrendelen, scrollen, scrollen, scrollen, vergrendelen, wegstoppen, opzoeken, ontgrendelen, liken, klikken, kijken, vergrendelen, vergrendelen, vergrendelen, ontgrendelen, en zo verder en verder – voedt een netwerk dat getraind is om jouw aanwezigheid te vangen als die er niet is. Je bent niet zozeer een gebruiker in de oude zin van het woord – iemand die iets gebruikt om er waarde uit te halen; een middel om een doel te bereiken – eerder de bron zelf. Je bent geen consument, maar een commodity, in de marxistische zin van het woord. Ooit stond die telefoon nog in dienst van jou; nu voedt hij zich met jou.

Het klinkt grappig om het zo te zeggen, maar het helpt om het probleem om te draaien: de angst van de telefoon begint waar jouw onverschilligheid start, en niet andersom.

In The Question Concerning Technology, waarschuwde de Duitse filosoof Martin Heidegger zo’n 70 jaar geleden al dat de moderne techniek de wereld leert om zichzelf alleen te ‘openbaren’ als een ‘beschikbare reserve’, iets dat gewonnen moet worden. Hij had het over zware machines en elektriciteitscentrales, en kolenmijnen en zo, maar zijn inzicht reikte verder dan hij zelf kon vermoeden: onze tijd, onze emoties, onze aandacht zijn energiebronnen – niet anders dan de “warmte van de zon” die erin opgeslagen zit, zoals hij schreef – die door de machine gewonnen worden.

Denk er maar eens over na: je gaat de zon in, eet wat, drinkt wat water, slaapt even, laadt je energieniveau op, en offert dat vervolgens allemaal op aan het altaar van de moderniteit – alsof het om een god gaat. Maar voor de machine ben je helaas geen mens, maar letterlijk een reserve aan brandstof die daar staat totdat je wordt opgeroepen. En dan ontgrendel je je telefoon voor de zoveelste keer die ochtend.

Tegenwoordig is de grens tussen gebruiker en gebruikte zo vervaagd dat het verwarrend wordt. Je denkt dat je het subject bent, maar bent het object van een heel hardnekkig verlangen. Zodra je die omkering omarmt, verdwijnt het schuldgevoel. Je schaamt je minder voor je impulsen. Bent minder hulpeloos. Jij bent niet degene die niet kan loslaten, het is de telefoon. De verslaving blijkt aan de andere kant van het glas te zitten.

Jij bent, in niet-biologische maar functionele zin, de drug voor de telefoon.

Is deze nieuwe kijk in de praktijk wel nuttig? Ik denk van wel. Soms zorgt omkering van de situatie ervoor dat je hersenen een klein deurtje openen dat was afgesloten: de puzzelstukjes vallen op hun plek, en je lichaam snapt het meteen.

Ik leef volgens een principe dat psychologieboeken vaak niet weten te vangen: de realiteit is wat onze emoties ervan maken. Als ze van jou zijn, verandert jouw realiteit in wat je wilt (tot op zekere hoogte). Dit besef – het lezen van dit essay en erover nadenken – lost het probleem niet op, maar kleurt het anders in, zodat je je houding en gedrag kunt aanpassen.

Onze problemen kunnen alleen veranderen, ten goede of ten kwade, door hoe we ermee omgaan.

Ik laat je nu achter, uitgerust met de mentale middelen om terug te vechten, in de tastbare intimiteit van je routines, tegen dit oplichtende stuk glas dat zich zo wanhopig, irritant en walgelijk aan je vastklampt. Gatver, wat is ie lelijk. Zie je het? Voel je het? Zijn behoeftigheid en afhankelijkheid geven jou de rillingen.

Vecht terug tegen dit verdraaide verhaal dat ons is verteld. Vecht terug tegen die junkiegadget. Omarm de afkeer, de walging; het is de eerste stap in een levenslange verandering: je hoeft jezelf niet af te staan aan een machine die is ontworpen om naar jou te hunkeren. Laat die verslaafde maar cold turkey achter.

Deel deze post met iemand die tegen zijn zin aan zijn telefoon gekluisterd zit.

Alberto Romero, 28 november 2025