Voortaan delen we op zaterdag artikelen van een van onze favoriete AI-auteurs: Alberto Romero van The Algorithmic Bridge. Zijn analyses laten altijd zien hoe je AI beter kunt inzetten, zonder te vergeten wat menselijk werk uniek maakt.
Alberto komt uit Spanje en schrijft in het Engels. Speciaal voor jullie vertalen we zijn greatest hits naar het Nederlands.
Wil je Alberto doordeweeks in het Engels lezen? Abonnees van AI Report krijgen 20% korting op een abonnement. Gebruik hiervoor de kortingscode.
En dan nu, over to Alberto:


I Lock My Door Upon Myself door Fernand Khnopff, 1891
I. De ‘afname van afwijkend gedrag’
Er bestaat een ondermijnende waarheid die de samenleving koste wat het kost heeft geprobeerd je te laten vergeten (of eigenlijk heeft ze ervoor gezorgd dat je die nooit hebt leren kennen): je bent bovengemiddeld.
De reden voor deze statistische onvermijdelijkheid, vermomd als een onmogelijkheid (er moet toch wel iemand onder het gemiddelde zitten?), is simpel: er is altijd wel iets – een onderscheidende skill, eigenschap, stijl of gril – waarin je uitblinkt. We waarderen deze inherente superioriteit niet, omdat we zijn geconditioneerd door een wereld die slechts een handvol specifieke successen beloont. Moderne systemen – gestandaardiseerd onderwijs, functieomschrijvingen, de dopamineloops van sociale bevestiging, een stagnerende cultuur – hebben de definitie van wat als ‘waardevol’ geldt meedogenloos versmald, waardoor er een verticale ladder is ontstaan waarop je maar op één manier omhoog mag. Als je de eigenschappen mist (bv. een hoog IQ, een knap gezicht, een hoge mate van extraversie) die nodig zijn om die ladder te beklimmen, krijg je het etiket mislukkeling opgeplakt – en ga je je zo voelen.
Deze versmalling is eerder een meetbare historische trend dan een anekdotisch gevoel van onbehagen; meer cultureel van aard dan louter academisch of professioneel. Zoals Adam Mastroianni opmerkt, ervaren we momenteel een Afname van afwijkend gedrag. Het lijkt erop dat we in een ‘recessie van baldadigheid’ zitten, wat ook een recessie is van durf en moed. Mastroianni zegt dat de meeste data naar deze conclusie wijzen, wat suggereert dat dit niet iets nieuws is en ook geen op zichzelf staand geval (hij heeft 18 maanden lang voorbeelden verzameld, dus dit is slechts een kort inkijkje; lees zijn werk vooral): middelbare scholieren drinken minder, roken minder, hebben minder vaak seks en raken minder vaak in een gevecht verwikkeld en minder vaak zwanger; volwassenen verhuizen minder vaak uit hun geboorteplaats, sluiten zich minder vaak aan bij sekten en plegen minder vaak misdaden (niet elk afwijkend gedrag is goed, daarom houden we van het gewone). In de kunstwereld zie je hetzelfde: boeken, tv-series, muziek, films en websites zijn steeds homogener geworden (‘geoligopoliseerd’). Zelfs onze fysieke werkelijkheid is aan deze vervlakking ten prooi gevallen: “merken lijken allemaal uit te komen op hetzelfde soort logo”, auto’s zijn voor het overgrote deel zwart, wit of grijs, en koffietentjes van Brooklyn tot Berlijn hebben allemaal dezelfde ‘bourgeois-boho’-stijl.
Belangrijk is dat Mastroianni concludeert dat deze afname typisch is voor onze tijd. Waarom hebben we het leven dan ontdaan van textuur? Volgens Mastroianni omdat we 1) rijker zijn, en 2) optimaliseren voor veiligheid. Naarmate het leven veiliger werd, zijn we overgestapt op een ‘slow life history-strategie’: we namen geen risico’s meer om onze gewrichten, onze reputatie en onze pensioenspaarrekeningen te beschermen. We hebben onbedoeld de ‘illegale gaten in de kelder’ van echte creativiteit (à la Arturo Di Modica) ingeruild voor de veiligheid van het midden.
Maar we hebben een verschrikkelijk hoge prijs moeten betalen voor deze veiligheid, wat me weer terugbrengt bij ons oorspronkelijke probleem: hoe minder je bereid bent om op te vallen – om de regels op jouw manier te overtreden – hoe kwetsbaarder je bent om vervangen te worden; iedereen kan, per definitie, in het middelpunt staan van de verdeling van alles wat je kunt zijn.
Hier komt AI in beeld. Ik durf te wedden dat AI je een beetje angstig maakt. Je hebt geleerd om te wedijveren om ‘bovengemiddeld’ te zijn op die smalle, vooraf afgebakende gebieden waarin AI nu uitblinkt (je bent liever goed dan eigenaardig). De angst die je voelt in deze hypercompetitieve wereld heeft niet zozeer te maken met je gebrek aan eigenwaarde, maar meer met het feit dat het spel dat je gedwongen wordt te spelen, achterhaald is; je bent op geen enkel vlak partij voor de machine, fysiek noch cognitief, dus weet je niet wat je moet doen. Die angst gaat ook over die plotselinge duizelingwekkende vrijheid in Kierkegaardiaanse zin om iets anders te zijn dan een pion in de ogen van de samenleving (een illusoire vrijheid bovendien, want je beseft uiteindelijk dat kiezen voor veiligheid betekent dat het bij dromen blijft). Deze angst heeft er ook mee te maken dat je doodsbang bent om op te vallen, om af te wijken – en tegelijkertijd om er helemaal niet te zijn.
Het is tijd om deze vicieuze cirkel te doorbreken. Om je niet langer een mislukkeling te voelen, alleen maar omdat de samenleving geen waarde hecht aan de grillen die jou tot jou maken. Het is tijd om die existentiële angst te overwinnen. Het is tijd om ervoor te zorgen dat de cultuur uit haar moderne winterslaap ontwaakt. Ik kan je daarbij helpen. En dat doe ik met een onverwachte bondgenoot: ik zal je overtuigen dat AI niet zozeer waardevol is als tool, agent of wat dan ook, maar juist als tegenhanger van wat we zouden moeten doen en zijn. AI is, tegen alle verwachtingen in en in strijd met het verklaarde doel, de ‘ontduizeling’ van de vrijheid; de ‘ontstopping’ van de cultuur. Laten we eens kijken hoe dit in elkaar steekt.
II. De engine van het gemiddelde
Neem drie fundamentele kenmerken van generatieve AI-systemen:
LLM’s worden getraind op basis van het open internet, waarbij ze verwerken wat mensen acceptabel vinden om in het openbaar te zeggen, en zo in feite onze donkerdere, eigenaardigere en eerlijkere privékant eruit filteren.
LLM’s werken op basis van waarschijnlijkheid; ze zijn getraind om zich te richten op patronen die het vaakst voorkomen, waarbij ze de voorkeur geven aan clichés boven uitschieters, simpelweg omdat clichés statistisch gezien waarschijnlijker zijn.
Door middel van reinforcement learning worden LLM’s er expliciet op getraind om niet af te wijken van het veilige midden van de verdeling. Ze worden als het ware door lobotomie teruggebracht tot een permanente toestand van beleefde volgzaamheid.
Zie je het patroon? AI is de gemiddelde menselijke output, omgezet in een tool; het gemiddelde belichaamd op het niveau van 1) wat we durven te zeggen, 2) waar de machine zich op richt, en 3) wat die mag produceren. Het is de gemiddelde menselijke output die is omgezet in een productieve engine; de engine van wat Erik Hoel de ‘Semantische Apocalyps’ noemt, een begrip dat hij in zijn meest recente essay, Our Overfitted Century, tot zijn uiterste heeft doorgetrokken: “Culturele stagnatie komt doordat we vastzitten in de verdeling.”
We hebben de afgelopen decennia een cultuur gecreëerd die ‘overfit’ is (Hoels kernconcept, en een treffende term die zijn oorsprong vindt in AI-systemen die vastzitten in de verdeling waarop ze zijn getraind: ze produceren dingen waarvan ze de vorm al kennen). Onze cultuur is dus sterk geoptimaliseerd en doodsbang om de grenzen van haar beproefde formules te verkennen, net zoals wij. We hebben de “langzame, weloverwogen (maar robuuste en algemeen toepasbare) beslissingen van het menselijk bewustzijn”, zoals Hoel het verwoordt, vervangen door de hyperefficiëntie van markten en machines. Het logische gevolg van een overfitte cultuur is een andere AI-term, ‘mode collapse’: superheldenfilms die er allemaal hetzelfde uitzien, ‘Instagram-gezichten’ waarin ieders schoonheidsideaal samenvalt, en al die voorbeelden die Mastroianni heeft verzameld en die Hoel ook in zijn essay aanhaalt.
Hoel stelt dat AI de versneller is van een proces dat al aan de gang was, en daar ben ik het mee eens. Het is de ultieme stagnatiemachine, die imitaties van imitaties imiteert en zo ‘vervalste kunst’ creëert, zoals Tolstoj het noemt, die statistisch gezien vastzit in de verdeling die ze kent (overfitting) en een ongezonde voorliefde heeft voor haar middelpunt (mode collapse).
Maar je kunt dit fenomeen ook vanuit een ander perspectief bekijken: AI is geen engine van het gemiddelde, maar juist een factor die zorgt voor een gelijk speelveld. In die zin is AI de manier waarop de culturele inzet kan worden gereset. Dit is het beste moment in de geschiedenis om de kanten van jezelf te ontdekken, weer naar boven te halen en te benutten die ooit eigenaardig waren voor – en bestraft werden door – een bekrompen samenleving; een stagnerende cultuur. Die kanten worden nu, als een statistische onvermijdelijkheid, geherdefinieerd als bovengemiddeld. AI mag dan de versneller zijn van onze culturele stagnatie, maar zonder dat we het doorhebben, is het misschien ook wel de oplossing. Maar waarom is ‘eigenaardig zijn’ ineens hetzelfde als ‘bovengemiddeld zijn’? Wat heb jij hier aan?
III. Het strategische voordeel van eigenaardigheid
Eigenaardigheid – in filosofisch opzicht een ongefilterde authenticiteit van het zelf, die óf eigenaardig is óf helemaal niet – was al de moeite waard als de ultieme uiting van oprechte zelfexpressie (een riskante bovendien, zoals Mastroianni opmerkt), maar is nu ook nog eens een strategisch voordeel. Mastroianni zegt dat het leven veilig is, en dat we daarom geen risico’s nemen, maar het wordt tijd dat je beseft dat het leven ineens een stuk minder veilig is geworden. AI is de oorzaak. En het bedreigt je juist doordat het de veiligere plekken inneemt.
Als AI een deur sluit, kun je je blindstaren op de deur die dichtging (“oh nee, het kan beter programmeren dan ik!”). Of je kunt je realiseren dat, doordat AI alle deuren naar de veiligere, door de samenleving goedgekeurde plekken sluit, je ineens vrij bent (“wacht eens even, wie ben ik eigenlijk?”). Vroeger bestrafte de samenleving mensen die afweken van het gemiddelde als ‘ondergemiddeld’, omdat zij in de eerste plaats zélf bepaalde welke eigenschap de maatstaf voor ‘gemiddeld’ was! Dat is echt een vreselijke manier om hiernaar te kijken, want waarom zou een kind dat niet zo goed is in wiskunde maar wel geweldig kan dansen minder waard zijn dan andersom? Nu orde en voorspelbaarheid echter aan machines worden uitbesteed, staat het je weer vrij om variatie te verkennen. Vrij om zonder schroom en onvoorwaardelijk je authentieke eigenaardigheid te omarmen, waar dat je ook brengt! Het ‘gemiddelde’ wordt alleen bepaald voor de eigenschappen die de samenleving belangrijk vindt. Waar geef jij eigenlijk om? Afwijkend gedrag betekent tegenwoordig zowel zelfliefde als rebellie.
In het Venn-diagram van dingen die het nastreven waard zijn in het leven, hoef je niet meer naar het overlappende punt te gaan, het midden waar elk ‘geldig zelf’ samenkomt; ga juist op in de randgebieden van je eigenheid. Daar zit voor mij het grootste bezwaar met het idee van IQ: je kunt iemand niet op één as meten (ik ben me bewust van de psychometrische validiteit van de g-factor, maar die dekt gewoon niet alles). We leven in hyperkubussen vol mogelijkheden, die verder reiken dan de drie dimensies die we kunnen waarnemen of de ene dimensie die de samenleving te gelde kan maken. Tegenwoordig laat een persoon die afwijkt van het gemiddelde zichzelf zien als wit licht dat door een prisma schijnt: als een veelkleurig schijnsel.
Deze rebellie moet overal plaatsvinden, maar de frontlinie is de taal zelf. Als we niet oppassen, krijgen we te maken met The Death of the English Language, zoals ik vorige week al betoogde, in het verlengde van het essay van Sam Kriss in de New York Times. (Wat opvallend genoeg in het debat ontbreekt, is dat alle verschijnselen die we bestempelen als ‘culturele stagnatie’ uitgesproken Engelstalig zijn.)
Zoals ik al schreef: AI kauwt op het Engelse corpus en spuugt een gladde, karakterloze brij uit; het overfit op de data van het internet (niet bepaald de beste bron), waardoor er mode collapse ontstaat. En omdat we de output van ChatGPT constant lezen, gaan we vervolgens in hetzelfde register praten en dezelfde formuleringen gebruiken. Het Engels glijdt langzaam af naar een ‘dood door consolidatie; dood door convergentie’.
Hoe vaker we AI gebruiken om onze e-mails en essays te perfectioneren, hoe meer we onbewust de maniertjes ervan overnemen, bijvoorbeeld het gebruik van ‘delve’ en ‘tapestry’ (en nog veel meer voorbeelden die ik elders heb opgesomd). We lopen het risico op een ‘human collapse’ die vergelijkbaar is met een ‘model collapse’, wat simpelweg het fenomeen mode collapse is, maar dan opgeschaald naar het geheel van modellen die zich voeden met informatie van het internet, waarbij elk model hetzelfde midden van dezelfde verdeling oplevert. Onze eigen taal verandert in een eindeloze herhaling van AI-slop: “Het Engels zal ophouden te bestaan: het zal sterven in de sluimerende hoekjes van de Bibliotheek van Babel.”
Je kunt vandaag al boven het gemiddelde uitstijgen door deze gladde brij links te laten liggen en het eigenaardige te omarmen. In geschreven teksten zal deze omarming leiden tot opvallende grillen en losgeslagen stijlen, zoals Bree Beauregard al opmerkte:
hoe vaker ik chatgpt tegenkom, hoe meer zin ik krijg om mijn schrijfstijl helemaal los te laten. als mensen ai gaan gebruiken om boeken te schrijven en te verkopen, puur voor de winst, dan ga ik zeker schrijven als een manier om creativiteit en kunst te verkennen. iedereen die klaagt over kleine letters, structuur of lange streepjes, moet zijn of haar relatie tot de schrijfkunst eens goed onder de loep nemen.
Stand-upcomedian Ken Cheng laat ons zien hoe het moet met zijn tourettestijl:
Ik voeg nu in elk bericht willekeurige zinnen toe om hun taalverwerkingsmodellen in de war te brengen. Elke AI die mij nabootst, zal radiator freak geel paard onzin uitkramen. […] Ik raad alle schrijvers en kunstenaars aan om hetzelfde te doen aardbei mango vorkheftruck. […] We kunnen tonijn tango foxtrot AI verslaan. De. Hele. Tijd. Pis op het tapijt.
Maak niet de fout te denken dat dit strategische voordeel alleen geldt voor ‘creatieve types’. We zijn allemaal voortdurend bezig met het oplossen van problemen, of die nu technisch, intermenselijk of van intieme aard zijn. En deze problemen lossen we vaak het beste op door dwars te denken en onze unieke combinatie van karakter en ervaring in te zetten. De gedachte dat het omarmen van je eigen eigenheid in het leven iets is wat alleen voor kunstenaars en schrijvers is weggelegd, is de kwalijkste leugen die de samenleving je voorhoudt, bedoeld om je om te vormen tot een vervangbare pion. Wees een pion als het moet; wees verder overal gewoon een volwaardig mens.
IV. Bestaan buiten de verdeling
Deze normalisering van anti-normativiteit zou ook kunnen leiden tot subtielere tendensen die uiteindelijk nieuwe normen en gewoonten voor ons zullen vormen, voor zover we mensen zijn. Mastroianni zet in op dit idee in een ander essay van hem, 28 slightly rude notes on writing:
We hebben hier een kans die zich maar één keer in de geschiedenis van onze soort voordoet. Vroeger waren onze enige concurrenten gemaakt van koolstof. Nu zijn sommige van onze concurrenten gemaakt van silicium. Nieuwe concurrentie zou ons beter moeten maken in het concurreren – dit is onze kans om nog bedachtzamer te schrijven dan we ooit hebben gedaan. Geen enkel systeem kan voor alles geoptimaliseerd zijn, dus waar is ons brein voor geoptimaliseerd, en hoe kan ik daar nog meer op inzetten? Hoe kan ik nog dieper doordringen in het gebied waar machines niet durven komen, gebieden die ik alleen maar opmerk omdat ze voor machines zo verraderlijk zijn?
Het verbaast me dat hij in zijn stuk over de afname van afwijkend gedrag vanuit dit krachtige inzicht nooit de sprong heeft gemaakt! Hiermee verschuift ons probleem: het gaat er niet om te accepteren dat AI op veel gebieden een ‘gemiddeld niveau’ (en hoger) heeft bereikt, maar om te leren hoe we dat zelf weer ongedaan kunnen maken. Vroeger was het doel om zo normaal mogelijk te zijn; nu is het precies het tegenovergestelde: wees zo eigenaardig als je kunt.
Je zou je kunnen overgeven aan AI – ervoor of ermee schrijven – en je rol als assistent van de machine accepteren, een soort ‘omgekeerde centaur’, om de treffende term van Cory Doctorow te gebruiken. Je zou, in een vlaag van woede en opstandigheid, kunnen proberen AI te verslaan, maar, tjonge, dat is een gevaarlijk spel.
Of je bouwt je identiteit er simpelweg niet omheen of tegenaan, maar ernaast. Zoals ik in het begin al zei: gebruik het als een tegenhanger om er onverschillig tegenover te kunnen staan. Door eigenaardig te zijn, onderscheid je jezelf en word je niet verward met de AI van nu of opgeslokt door toekomstige AI's. Door eigenaardig te zijn, breid je je skills uit tot buiten wat de culturele mainstream als veilig beschouwt, en voorkom je dat je in dezelfde clichés trapt als een overfitte AI.
Door het eigenaardige te omarmen, val je onmiddellijk buiten de verdeling: een lijn tussen stippen, een mens van vlees en bloed tussen stokfiguren, een hoofdpersoon tussen NPC’s, een hyperkubus in deze laagdimensionale wereld. Niet alleen beter, maar eigenlijk onaantastbaar voor een samenleving die vergeten is dat iedereen bovengemiddeld is.
Als je het eens bent met de gedachte achter dit essay, maar toch denkt dat je niet eigenaardig genoeg bent om het advies in praktijk te brengen, dan heb je het mis: Eigenaardigheid wordt afgezet tegen verwachtingen en normativiteit, dus als de norm wordt bepaald door AI en een stagnerende cultuur, dan zijn we allemaal potentieel standaard eigenaardig, als gevolg van onze omstandigheden. In een wereld waar een biljoen AI’s bestaan (binnenkort de onze) en waar het internet een “dood moeras van digitale nepidentiteiten” is, zoals ik eerder schreef in Wherever I Go ChatGPT Follows Me, is elk mens een onvervangbaar juweel dat nooit eerder heeft bestaan en ook nooit meer zal worden gevonden.
Als schrijver met kennis van AI zie ik dit heel duidelijk: hoe beter AI wordt in de dingen die de samenleving als waardevol beschouwt, hoe meer ruimte ik zie om die kanten van mezelf te omarmen die ik onbewust onderdrukte uit angst om er niet bij te horen en uit angst om niet als waardevol te worden gezien. Dat merk ik vooral in mijn schrijfwerk. Als ik erover nadenk waarom door AI geschreven teksten voor mij niet werken – waarom ik ze meestal zo makkelijk kan onderscheiden, althans dat denk ik – kom ik altijd tot dezelfde conclusie: ze zijn niet eigenaardig genoeg.
Die onbeschrijfelijke saaiheid die we voelen maar niet kunnen duiden, is de belichaming van de anti-eigenaardigheid van AI. Ik heb mensen horen klagen dat ze niet weten hoe ze AI-modellen kunnen afhelpen van hun neiging naar het gemiddelde. Ik vind dat juist goed. Het is goed omdat we ons hele leven in een gat in de grond hebben gezeten – het stinkende gat van normativiteit-middels-prestatie – maar nu het door AI en een risicomijdende, overfitte cultuur is verpest, zijn we uit dat gat geduwd. Je moet je er gewoon bij neerleggen. (Als je dit leest, bedankt AI.)
Een van de grote culturele gevolgen van AI zal zijn dat we, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, eigenaardigheid meer gaan belonen dan ooit tevoren. Vergeet nooit: Mensen winnen uiteindelijk altijd, want mensen bepalen zelf wat winnen precies inhoudt. Het gaat er niet meer om beter te zijn dan anderen, maar om minder te lijken op alle anderen.
Alberto Romero, 9 december 2025
